Van Facebook gehaald:
Verontwaardigd en boos dat de asielwet incl. strafbaarstelling van hulp aan ‘illegalen’ het heeft gehaald. Met name de SGP valt me (opnieuw) tegen. Daarom de SGP fracties van de eerste en tweede kamer aangeschreven:
“Geachte leden van de SGP fractie der Eerste en Tweede Kamer,
Als predikant van de Doopsgezinde Gemeente te Groningen schrijf ik u vanuit diepe bezorgdheid en teleurstelling over het onlangs door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel betreffende het strafbaar stellen van illegaliteit en hulp aan ongedocumenteerden.
In het bijzonder doet het mij pijn dat de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), een christelijke partij die zich beroept op Bijbelse waarden, dit wetsvoorstel met haar stem aan een meerderheid heeft geholpen. Deze wet brengt ons als geloofsgemeenschap in een ernstig moreel en juridisch dilemma, omdat zij in directe tegenspraak is met het Bijbelse gebod tot naastenliefde.
In Mattheüs 25:35-36 staat immers geschreven: “Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd; Naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.” Dit fundamentele Bijbelse principe stelt onvoorwaardelijke zorg voor onze naaste centraal, ongeacht diens status of achtergrond.
Ook geldt de hoofdsom van Gods wet zoals samengevat in Mattheüs 22:39: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Op andere plekken wordt ditzelfde gebod als volgt samengevat: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.” Vanuit dit gebod kunnen wij als gelovigen nooit accepteren dat hulp aan mensen in nood strafbaar wordt gesteld.
De vage toezeggingen van de minister brengen geen verlichting. Wet is wet, en deze wet schept reeds nu grote angst en onzekerheid binnen onze gemeenschap. Onze vrijwilligers vrezen strafrechtelijke vervolging enkel omdat zij handelen vanuit hun geloof en menselijkheid. Sommige vrijwilligers zullen afhaken.
Het gegeven dat een overheid bepaalt dat hulp aan een specifieke groep strafbaar is, roept nare herinneringen op aan oude tijden. Heden gij, morgen wij?
Met klem roep ik u op om dit wetsvoorstel in de eerste kamer kritisch te beoordelen en het niet te bekrachtigen. Een wet die het liefhebben van onze medemens criminaliseert, brengt schade toe aan de fundamenten van onze rechtsstaat én aan onze gemeenschappelijke waarden.
Met gevoelens van zorg maar ook met hoop op uw wijsheid en rechtvaardigheid verblijf ik,
Hoogachtend,
Nick Everts
Predikant Doopsgezinde Gemeente Groningen”